Oriëntatie

Er zijn in het algemeen twee goede redenen om zonnepanelen aan te schaffen: geld besparen/verdienen en op een duurzame manier je eigen energie opwekken. Een zo optimaal mogelijke oriëntatie speelt in beide gevallen een belangrijke rol. Het is zelfs één van de belangrijkste vereisten aan een zonnepanelen-installatie. Om zoveel mogelijk van de beschikbare zoninstraling op het paneelvlak te laten vallen, is het nodig om het paneel een geschikte oriëntatie en hellingshoek te geven. Maar… hoe groot is de invloed van de oriëntatie en de hellingshoek nu eigenlijk op de opbrengst?

Hoe meer licht, hoe meer opbrengst

De oriëntatie van zonnepanelen is logischerwijs een veelbesproken onderwerp: zonnepanelen zijn afhankelijk van licht en meer licht betekent, zoals we nu gaan zien, een hogere opbrengst. De hoeveelheid energie die je met je installatie opwekt, is direct afhankelijk van drie variabelen:

(1) Het totale vermogen van de panelen(aantal panelen * vermogen per paneel in Wp)
(2) De verliezen in het gehele systeem(denk aan temperatuurverlies, verlies over de omvormer, kabelverliezen enz.)
(3) De hoeveelheid lichtinstraling in het vlak van de panelen
Hieruit blijkt dat de hoeveelheid lichtinstraling dus net zoveel invloed op de opbrengst heeft als bijvoorbeeld het aantal panelen en het vermogen hiervan. Maar… Wat is nu eigenlijk ‘lichtinstraling’? Vaak wordt gedacht dat zonnepanelen puur en alleen op direct zonlicht werken, maar dit is niet zo. Zonnepanelen zijn namelijk ‘lichtpanelen’ en werken zowel op directe instraling als op indirecte, diffuse instraling. Directe instraling is het licht dat rechtstreeks op de aarde valt. Diffuus licht is licht dat via bewolking en weerkaatsing op de aarde terechtkomt.
Het effect van oriëntatie en hellingshoek op de opbrengst

Aangezien Nederland niet bepaald een zonnig land is, bestaat 60% van het invallende licht uit diffuus licht en 40% uit direct zonlicht. Het grootste deel van het licht waarmee een zonnepaneel energie opwekt, is dus niet het licht dat direct van de zon komt! In de instralingschijven hieronder is goed te zien wat het effect van de oriëntatie en de hellingshoek zijn op de maximale opbrengst.

Hieronder staan een paar voorbeelden van bepaalde oriëntaties en hellingshoeken en het effect hiervan op de terugverdientijd (berekend met behulp van de instralingschijf):

1) Een paneel dat richting het zuiden is geplaatst, heeft bij een hellingshoek van 36o een maximale opbrengst. De terugverdientijd is dan maximaal.
2) Een paneel dat tussen zuidoost en zuidwest is opgesteld heeft bij iedere ‘standaard’ hellingshoek een relatieve opbrengst van minimaal 90%. De terugverdientijd is dan vrijwel maximaal.
3) Een paneel dat richting het noorden is geplaatst heeft bij een hellingshoek tussen 10o en 20o(bijvoorbeeld een platdak-opstelling van 17o) nog een relatieve opbrengst van 80%. Stel dus dat de terugverdientijd in het ideale geval 7 jaar is, dan wordt deze nu een kleine 9 jaar.
4) Een paneel dat richting het noorden is geplaatst heeft bij een hellingshoek tussen 40o en 50o(een standaard woonhuis) nog een relatieve opbrengst van 50%. Stel dus dat de terugverdientijd in het ideale geval 6 jaar is, dan wordt deze nu 12 jaar.

Conclusie

Zonnepanelen gericht tussen zuidoost en zuidwest hebben altijd een goede opbrengst(als andere factoren als schaduw natuurlijk ook kloppen). Wanneer je niet de ‘luxe’ hebt van zo’n ideaal dak hoeft dit niet te betekenen dat zonnepanelen ‘onrendabel’ zijn! Ze worden alleen minder rendabel, maar hebben nog steeds een uitstekend rendement over de gehele levensduur. We zagen net al dat een installatie in vrijwel het slechtste geval(pal op het noorden) op een standaard woonhuis nog een relatieve opbrengst van 50% en een terugverdientijd van 12 jaar heeft, dus bij een levensduur van 25 jaar betekent dit een rendement van 4% per jaar.